Online TV-kijken groeit niet

SKO is op 1 januari 2016 gestart met het meten van het online kijkgedrag naar televisieprogramma’s van NPO, RTL en SBS. Het meest online bekeken TV-programma van 2016 is de uitzending van Emma wil leven anorexia special van 22 november met gemiddeld 289.000 kijkers. Het aandeel online kijkers in het totaal aantal kijkers (TV + Online) was 22% voor dit programma. Het hoogste aandeel voor online kijken werd behaald door Rundfunk (uitzending 12 november). Dat aandeel bedroeg 44%. Toch blijkt er nog niet echt veel groei te zitten in het online kijken van TV-programma’s. Uit eigen analyse blijkt dat het online weekbereik in de tweede helft van 2016 22% lager is dan in de eerste helft. Ook het gebruik van de verschillende devices komt allemaal lager uit in de tweede helft. De cijfers:

De analyse betreft de cijfers van telkens de eerste volle week van elke maand in 2016. Hiervoor zijn het totale bereik en het bereik van NPO, RTL en SBS verzameld, alsmede het bereik van de devices desktop/laptop, tablet en smartphone. Het gemiddelde weekbereik is voor de eerste helft berekend voor de weken 1, 5, 10, 14, 18 en 23. De tweede helft betreft week 27, 31, 36, 40, 44 en 49. Eerdere versies van die analyse staan hier en hier.

Grafisch ziet de ontwikkeling van het bereik per zendergroep er dan zo uit:

Bron: SKO, samenstelling Mediaonderzoek.nl

Bron: SKO, samenstelling Mediaonderzoek.nl

Het gemiddelde weekbereik was in de eerste helft van 2016 ruim 1,8 miljoen voor alle zenders. In de tweede helft was dat met 1,4 miljoen zo’n 22% lager. De daling geldt voor elk van de zendergroepen. Bij NPO en RTL was dat 23%, voor SBS geldt een daling van 32%. Let wel: het percentage voor ‘Totaal’ is geen rekenkundig gevolg van de drie zendergroepen in verband met overlap.

Bron: SKO, samenstelling Mediaonderzoek.nl

Bron: SKO, samenstelling Mediaonderzoek.nl

Ook bij het bereik van de devices is een daling te zien. De desktop/laptop levert het meeste in (-29%), maar dat is op zich nog wel logisch. Ook uit andere onderzoeken blijkt dat de ‘computer’ het moet afleggen tegen de mobiele devices als het om videoconsumptie gaat. Maar ook daar zien we nu een daling. Bij de tablet is dat 8% en bij de smartphone maar liefst 24%.

Ik blijf het vreemd vinden deze daling. We leven in een tijd waarin videoconsumptie en uitgesteld/on demand kijken alleen maar toeneemt. ’t Kan zijn dat mijn analyse niet klopt natuurlijk, maar misschien zijn er andere oorzaken. Kijken we TV-programma’s toch het liefst op het TV-toestel, ongeacht of we dat lineair of non-lineair doen? Als dat zo is dan groeit het online TV-kijken niet mee met de markt van online video als geheel. Iemand?

Visual via Consumentenbond

Reacties

  1. Swantje Brennecke

    Ik denk dat het duidelijker en logischer wordt als je hier het online video kijken via andere kanalen bij optelt. En uitgesteld kijken.

  2. Je bedoelt bijvoorbeeld Netflix en Youtube kijken?

  3. Met de komst van o.a. Netflix (en het steeds groter wordend aanbod van TV apps) is het gebruik van Smart TV’s als device toegenomen dat kan niet anders. Waar zie ik dat terug?

  4. Hai Paolo, het antwoord op jouw vraag zit niet specifiek in het onderzoek van SKO. Ik denk dat dit artikel je verder helpt: http://screenforce.nl/de-smart-tv-nader-bekeken/

  5. Heel goed initiatief, Peter, om daar eens naar te kijken. Ik vind het ook vreemd. Natuurlijk heeft Paolo ook een punt en het Screen force artikel wijst ook op een toenemend gebruik van de (smart) TV voor non lineair kijken. Maar toch vind ik het raar dat het toenemend gebruik van mobile schermen niet ook ten goede komt aan kijktijd voor TV content. Het was al zo gering in de eerste helft van 2016 (zie een eerder persbericht van Screen force ) maar dat het ook nog daalt is en blijft raar.
    Zijn er ook andere data beschikbaar? Ik zou ook graag echte kijktijd willen zien en geen weekbereik (dat is toch meer ” hoe vaak doe je het en niet hoe lang”)!
    En wat zegt SKO hierover.
    Groet,
    Leendert van Meerem

  6. Dank voor jouw reactie. Nog geen reactie van SKO Leendert. Ik blijf zoeken naar meer validatiemateriaal…

  7. Hi Peter,

    Interessante artikel, maar ik ben wel wat sceptisch over de analyse.

    In de tv-wereld kun je namelijk beter complete jaren met elkaar vergelijken. De meeste programma’s zijn eens per jaar te zien en meestal in dezelfde periode. Heb je ook de lineaire kijkcijfers van H1 en H2 met elkaar vergeleken? Grote kans dat er eenzelfde verschil tussen H1 en H2 van 2016 uitkomt. Tv is steeds minder een prioriteit bij de consument, waardoor bijvoorbeeld de extreem warme septembermaand (normaal de belangrijkste tv-maand van het jaar) ervoor zorgde dat de kijktijd die maand ver beneden verwachting was omdat men liever buiten was. Daarnaast is er natuurlijk de algehele trend van dalende kijktijd. En voor de meeste programma’s geldt dat het online kijken dezelfde trendline heeft als lineair. Dus minder lineaire kijkers betekent doorgaans ook minder streamstarts. Programma’s als Rundfunk vormen hierbij de uitzondering.

    Daarnaast maakt deze keuze je analyse ook minder nauwkeurig: “Het gemiddelde weekbereik is voor de eerste helft berekend voor de weken 1, 5, 10, 14, 18 en 23. De tweede helft betreft week 27, 31, 36, 40, 44 en 49.” De kijkcijfers (lineair en online) kunnen per week erg verschillen. Lineair vooral door eenmalige evenementen als voetbalwedstrijden en finaleshows, online door spraakmakende fragmenten die viraal gaan en men alsnog de bewuste aflevering gaat kijken. Als je slechts enkele weken in een lange periode zoals een half jaar pakt, wordt het eigenlijk een steekproef. Je zult echt alle weken in de te vergelijken periodes moeten meenemen om een betrouwbaardere analyse te kunnen maken.

    Ik kijk uit naar je analyse volgend jaar, als je heel 2016 met heel 2017 kunt vergelijken. 🙂

    Groet,

    Brian

  8. We houden het in de gaten Brian! Veel dank voor jouw respons.