Mediaopvoeding als schoolvak
Televisiekijken, internetten en gamen levert in sommige gezinnen heel wat strijd op tussen ouders en kinderen. MarketResponse vroeg ouders naar hun visie op mediaopvoeding en naar de vertaling hiervan in de dagelijkse praktijk. Hiertoe werd een representatieve groep van ruim 500 ouders met kinderen van 6 t/m 15 jaar ondervraagd. Uit het onderzoek blijkt dat een ruime meerderheid van de ouders mediaopvoeding nodig vindt om kinderen te beschermen tegen ongewenste invloeden. Zij zien hierin een rol voor zichzelf, maar zeker ook voor de school. Twee derde ondersteunt het idee om kinderen op school te leren omgaan met media en reclame. Dus naast lichamelijke opvoeding nu ook mediaopvoeding.
In de praktijk hanteert een meerderheid regels ten aanzien van mediagebruik; dit geldt vooral voor televisiekijken, internetten en bioscoopbezoek en in iets mindere mate voor gaming en het kijken van dvd’s of video’s. Beperkingen aan de tijdsduur en het vooraf selecteren op inhoud zijn de meest populaire maatregelen.
Ruim acht op de tien ouders vinden opvoeden in mediagebruik nodig om kinderen te beschermen tegen ongewenste invloeden. Slechts 13% is voorstander van ‘laissezfaire’: volgens deze groep leren kinderen zelf wel wat goed en niet goed voor ze is.
69% van de ouders is van mening dat ouders wel degelijk invloed (kunnen) hebben op het mediagebruik van hun kinderen. Een op de vijf ouders vindt het instellen van regels /beperkingen niet effectief (‘dan kijken ze het wel ergens anders’).
In het onderzoek van MarketResponse komt verder naar voren dat 65% van de ouders het idee ondersteunt voor een schoolvak waarin kinderen leren omgaan met media en reclame. Slechts 11% is hier op tegen. Bijna twee derde van de ouders hanteert regels of heeft maatregelen genomen om het televisiekijken, internetten en bioscoopbezoek van hun kind(eren) te beïnvloeden. Bij gaming (exclusief gaming via internet) en het kijken van dvd’s of video’s is dit ruim de helft. Vooral voor kinderen van 6 tot en met 12 jaar worden regels gehanteerd, voor 13- tot 15 jarigen is dit veel minder vaak het geval.
De meest toegepaste maatregelen zijn: het stellen van beperkingen aan de tijdsduur en het selecteren op inhoud. Dit laatste gebeurt op diverse manieren, zoals het zelf bepalen wat geschikt is, bepaalde programma’s/sites (geweld, sex) verbieden en de Kijkwijzerclassificatie toepassen.
Het onderzoek is uitgevoerd met gebruikmaking van telefonische interviews en opgenomen in een omnibus, binnen een panel van MarketResponse. Het veldwerk heeft plaatsgevonden van 21 december tot en met 30 december 2005, onder een representatieve steekproef van n=503 ouders met kinderen van 6 t/m 15.