Netto fractie en kijkdichtheid
Toen ‘het voetbal’ verhuisde van de NOS naar Talpa en later naar RTL waren er opeens veel ‘zoek’. Opeens keken er meer dan een miljoen mensen geen voetbal meer op de zondagavond. Waar de NOS met gemak een kijkdichtheid haalde van ruim 20% moesten Talpa en later ook RTL moeite doen voor hooguit 15%. Per saldo zagen ongeveer evenveel mensen iets van het voetbal bij RTL als bij de NOS. De belangrijkste verklaring voor het gemiddeld lagere aantal kijkers is dat men korter heeft gekeken bij RTL in vergelijking met de NOS. De kortere kijktijd resulteerde bij Talpa en RTL in een lagere kijkdichtheid.

Kijkdichtheid is in Nederland de currency voor kijkcijfers. Het is een percentage dat aangeeft hoeveel mensen gemiddeld naar een bepaald programma hebben gekeken. Maar dat percentage is een gewogen percentage. Een voorbeeld: de totale populatie bestaat uit twee mensen en ze kijken allebei naar een televisieprogramma van 60 minuten. De één kijkt 30 minuten, de ander slechts 15. Het bereik van het programma is 100%, de kijkdichtheid is 37,5%. De deling van beide grootheden geeft de netto fractie weer, oftewel het gemiddelde percentage van de kijktijd van de mensen die gekeken hebben. In ons voorbeeld hebben de kijkers gemiddeld 37,5% x 60 minuten is 22,5 minuten van het programma gezien.
Analyses
Het voetbal en bovenstaand voorbeeld geven aan dat niet alle kijkers programma’s helemaal uitkijken. Als ze dat wel zouden doen zou elk programma een netto fractie van één hebben. De vraag is dan, welke programma’s hebben een hoge netto fractie en welke een lage. Om daar inzicht in te krijgen zijn twee analyses gemaakt. Eén op basis van de top 100 best bekeken programma’s uit 2007. Voor elk van deze programma’s is de netto fractie berekend en is een indeling gemaakt naar lengte van het programma en het tijdvak waarin het is uitgezonden. De tweede analyse betreft alle programma’s van januari tot en met april 2008 (50.000 programma’s), die op basis van een genre-indeling zijn samengevoegd. Voor elk genre is vervolgens de netto fractie berekend.
Programmalengte en tijdvakken
Een sterk en haast lineair verband is zichtbaar bij programmalengte. Hoe korter het programma, hoe hoger de netto fractie. De zeventien programma’s uit de top 100 die 30 minuten of korter duurden behalen een gemiddelde netto fractie van 69%. Naarmate de programmalengte oploopt daalt de netto fractie tot 41% gemiddeld voor de 16 programma’s die langer dan 90 minuten duren. Als we de programmalengtes en netto fracties van alle 100 programma’s in een grafiek zetten ontstaat het volgende beeld met links de programmalengte en rechts de netto fractie in procenten:

Bron: Stichting KijkOnderzoek
Kijken we naar tijdvakken, dan lijkt het erop dat de netto fractie toeneemt naarmate de avond vordert. In de top 100 komen slechts acht programma’s voor die voor 8 uur ’s avonds zijn uitgezonden, maar daarna is goed vergelijkingsmateriaal voorhanden. Tussen 8 en 9 ’s avonds bedraagt de netto fractie 49% in de top 100, twee uur later is dat 57%.

Bron: Stichting KijkOnderzoek
Programmatitels
Een compilatie-aflevering van Sterren dansen op het ijs had in de top 100 2007 de hoogste netto fractie. Het programma duurde slechts 13 minuten en is met een netto fractie van 83% door de kijkers bijna in z’n geheel afgekeken. De twee langste programma’s in de top 10 zijn Spoorloos en Boer zoekt vrouw. Beide uitzendingen duurden zo’n vijftig minuten. De netto fractie zou gemiddeld zo rond de 60% moeten liggen, maar dat ligt voor deze twee programma’s beduidend hoger. De laagste netto fractie (28%) is behaald door een extra lang journaal van 113 minuten op 18 januari 2007. Het kortste programma uit deze top 10 is de voorbeschouwing op Domino Day. Het duurde 82 minuten. Het langste programma is Adieu BZN, maar liefst 164 minuten duurde. Daarvan zijn er gemiddeld 62 bekeken door de kijkers.

Bron: Stichting KijkOnderzoek
Genres
Voor het berekenen van de netto fractie per genre is gebruik gemaakt van de kijkcijfers van alle programma’s in de periode januari- april 2008. De top 100 is namelijk een te smalle basis om alle genres goed vertegenwoordigd te laten zijn in de analyse. Per programma werd van kijkers die minimaal 5 minuten gekeken hadden de netto fractie berekend.
De nieuws- en actualiteitenprogramma’s scoren hier de hoogste cijfers, gevolgd door kinderprogramma’s en cultuur. Helemaal onderaan vinden we muziekprogramma’s en human interest.

Bron: Stichting KijkOnderzoek
Kijken we nu naar onderstaande grafiek, dan vallen een aantal zaken op:

Bron: Stichting KijkOnderzoek
Er is wel een relatie te zien tussen duur en fractie. Maar die is niet 100% lineair. Nederlands drama bijvoorbeeld springt er uit in lengte (langer dan gemiddeld), maar realiseert toch een bovengemiddelde netto fractie. Kijkers blijven dus goed kijken! Hetzelfde geldt voor de sport.
Concluderend kan gesteld worden dat de lengte van een programma het meest bepalend lijkt te zijn voor de hoogte van de netto fractie. Hoe langer een programma, hoe lager de netto fractie en vice versa. Daarnaast zien we per genre verschillen en lijkt het tijdstip van uitzenden bepalend zijn. Uiteraard correleren deze variabelen ook onderling. Vooralsnog lijkt het er op dat een nieuwsuitzending van ongeveer 20 minuten rond een uur tien ’s avonds de hoogste netto fractie kan realiseren.
Bas de Vos – Directeur Stichting KijkOnderzoek
Peter R. Wiegman – Het Media Loket/Mediaonderzoek.nl
Dit artikel is eerder verschenen in Broadcast Magazine 272, 20 juni 2008, pagina 14. Cartoon is van Joep Bertrams.
Reacties
1 reactie
Benieuwd wat de relatie tussen netto fractie en leeftijd is? De kindergenres hebben een hoge nettofractie, en ik meen dat ouderen ook meer ‘honkvast’ zijn…